Verbondenheid

We denken daarbij allereerst aan onze verbondenheid aan elkaar in de gemeente van Christus. Het willen op zoek gaan naar wat ons bindt en hoe die verbinding uitwerkt in ons gezamenlijk leven als gemeente. Tegelijk realiseren we ons dat we aan elkaar verbonden zijn door Christus. Hij is onze ene Heer. Hij bracht ons samen en Hij houdt ons samen.

Nu de Vader van Gods Zoon onze Vader is geworden, zijn we broers en zussen van elkaar. Onze verbondenheid met God en Christus (verticaal) en onze relaties met elkaar (horizontaal) hebben alles met elkaar te maken. 


Onderlinge verbondenheid in de gemeente is een kostbaar geschenk van onze God. We mogen en we kunnen veel voor elkaar betekenen. Denk aan onderlinge bemoediging in het leven met de Here, gezamenlijke Bijbelstudie (we hebben elkaar ook nodig om het Woord van God te verstaan), onderling meeleven bij vreugde en verdriet. Kortom, we reizen samen op als pelgrims, onderweg naar het koninkrijk van God. Daarbij helpen we elkaar ook in praktische zin voort: vanuit de onderlinge verbondenheid mogen we in concrete hulpvragen voor elkaar klaarstaan.

Onderlinge verbondenheid in de gemeente is tegelijk een opdracht. Dat Christus ons bij elkaar brengt -heel letterlijk in de zondagse erediensten- is niet vrijblijvend. De kern van Christus’ opdracht is dat wij de liefde en trouw die we van God ontvangen aan elkaar doorgeven. Dat is niet altijd gemakkelijk wanneer het hen betreft die je niet zelf zou uitkiezen. Hier zit de vergelijking met een gezin: broers en zussen kies je niet uit en toch ben je levenslang aan elkaar verbonden. De gemeente is een leerschool: we leren werkelijk lief te hebben en trouw te zijn. Daarmee maakt de heilige Geest ons klaar voor de hemelse relatie met God.

We willen ook aandacht geven aan de pijn en moeiten die ervaren worden bij het thema verbondenheid. Want wat is er veel onverbondenheid, uitkomend in ruzie en conflict, in stilzwijgen en elkaar ontlopen. Mensen haken teleurgesteld af en verlaten de gemeenschap. Juist in de gemeente doet verdeeldheid zeer; net zoals dat in het gezin en in de familie zo zeer doet. Het bederf van het mooiste is het ergste. We realiseren ons ook dat wij allemaal beļnvloed worden door de heersende tijdgeest van het individualisme. Als we dat beseffen en erkennen kan dat ruimte geven om ons daar tegen te wapenen en gericht tegengas te bieden. Het Woord van God leert ons juist gemeenschapszin, bij elkaar horen, en elkaar verdragen.

Dat mensen in de gemeente verschillend zijn wordt vaak zomaar opgevat als een bedreiging voor de eenheid. Was ieder maar gelijk, dacht ieder maar gelijk, roepen we dan. Toch is dat niet de realiteit, bovendien berust deze gedachte op een misverstand. Denk maar eens aan een puzzel. Allemaal gelijke stukjes (vierkantjes) schuif je inderdaad zonder problemen tegen elkaar aan. Maar het blijft wel een los en onsamenhangend geheel. Stukjes die allemaal verschillend zijn kun je echter tot één stevig verbonden geheel maken. Dat vraagt geduld en aandacht, maar het resultaat is een schitterend plaatje. Concreet willen we in de gemeente zoeken naar het inzetten van verschillen ten dienste van onderlinge eenheid en verbondenheid. 

Het jaarthema verbondenheid wordt uitgewerkt in preken, is onderwerp van gesprek in huisbezoeken en wordt op nog andere plaatsen in het gemeenteleven gestalte gegeven. We zien hierbij op naar onze hemelse Vader, biddend om zijn zegen over dit seizoen.

Preken:

Preek Efeziėrs 2:11-22
Preek Hebreeėn 13:1-2
Preek Efeziėrs 4:3-4a